February 20, 2008
December 19, 2006
Riksja's verdelen
Rode lantaarns verlichten de smalle steegjes in de hutong, een oude stadswijk. Mijn naam is Dustin Heerkens, ik fiets naar huis in Beijing. Sinds vijf jaar werk ik als reisbegeleider, steeds vaker als begeleider van ‘single maar niet alleen’ reizen. Een week na mijn afstuderen aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht zat ik in het vliegtuig naar mijn geliefde Delhi. Na een aantal jaren reizen door India, Nepal en Burma woon ik sinds december 2005 in China.
Het is eerder vandaag als ik door het kantoor van FOX Vakanties gebeld wordt. Al fietsend langs de verboden stad, een foto van Mao boven de ingang. Of ik zin en tijd heb is de vraag, tijd en zin om de eerste single ‘Spiritueel India’ reis te begeleiden. Het thema van de reis is Yoga & Meditatie. Als ik sneller en harder begin te praten draait een jongen in groen uniform zich om. De rode vlag op het plein van de hemelse vrede speelt met de wind.
Het vliegveld van Delhi, ik wacht op mijn single groep. Opvallen zal ik wel, om mijn schouders een rode doek. Het is een vroege ochtend in december, mist trekt langzaam over de velden en landingsbaan. In de bus naar het hotel vertel ik in het kort de route van deze 13 daagse rondreis. Na een paar dagen Delhi met de trein naar Rishikesh, langs de oevers van de ganges een aantal dagen yogalessen. Via Amritsar en de golden tempel rijden we omhoog de bergen in naar Dharamsala. Tibetaanse meditatie en verblijfplaats van de Dalai Lama. Wat iedereen zich afvraagd, is Hij thuis?
Een van de leuke dingen van een single reis is dat iedereen aan alles mee doet. Vanaf het vliegveld is het meteen een groep. Het kader van de reis staat vast, daar binnen is veel vrijheid. ‘Alles uit de reis halen, zoveel mogelijk zien en doen’ hoor ik vaak. Tijdens een single reis zijn de dagen net iets langer. Na het eten zitten we gezellig met z’n allen op een terrass. Naast het plezier dat we samen hebben ervaart iedereen het land op zijn eigen manier.
In de Sikh tempel zitten we naast elkaar. Met mijn handen scheur ik het brood, steeds een klein stukje met linzen. We zeggen niets, toch moeten we lachen. De meeste aandacht is bij het eten. Op blote voeten lopen we over de koude stenenvloer, de borden in onze hand. Buiten verdelen we de riksja’s waarin we door de oude wijken van Delhi rijden. Geur van verse koriander, incense en bloemen op de markt, een koe op de straat blijft staan. We willen eerder aankomen bij het hotel dan de anderen, met de riksja keren we snel om.
In Rishikesh, aan de voet van de Himalaya. De houten vloer van de yoga zaal kraakt, geur van zoete wierook. Onze yoga docent, een jonge man met een lichte baard, spreekt zacht Engels. Kolen met daarop kruiden steekt hij aan. Tijdens de les wordt de zaal warmer en warmer. Vanaf de muur kijkt Shiva, een beeld van Ganesha in het midden. We slapen in de ashram, over het bed hangt een klamboe, alle kamers hebben een balkon. Vroeg in de ochtend beginnen we met een organic Ayurvedic ontbijt, yoghurt met fruit.
Na de yoga les doen we een puja. Het koude water van de Ganges komt tot aan de knieƫn. We houden elkaars handen vast als de Hindu priester een rode stip op ons voorhoofd zet. In de rivier gieten we melk, een offer aan de moeder van India. Het heldere water, ooit de traan van Shiva, de oevers zijn wenkbrauwen. Witte blaadjes van bloemen drijven met de stroming mee. De Hindhu priester knoopt een rood touwtje om onze pols.
We moeten verder. Met onze bus rijden we langs rijstvelden, apen rennen over de weg of klimmen in bomen. Buiten aan een rivier lunchen we. ‘De single maar niet alleen folder ligt op mijn tafel’ zegt Nienke. Als mijn vrienden op bezoek komen leg ik het boek even onder de tafel. Al is single zijn hot, ik heb nog even geen zin in het gesprek. Het voelt fijn om zelf te ondernemen, met mensen die ik niet ken. Ik stap bewust uit iets dat mij bekend is. Veel vrienden gaan met hun geliefde op vakantie. Ik wil nu reizen, zelf en met mijzelf. Steeds weer een ander decor, achtergrond. Het is een gevoel van vrijheid, van alleen zijn, maar dan met anderen. Nienke drinkt in 1 keer een halve fles water leeg.
Bij de grens tussen India en Pakistan is er elke avond een ceremonie. Op de tribune aan de kant van India zitten wij. Als de oranje, wit, groene vlag aan de top hangt gaat iedereen staan, wij roepen mee: Hindustan!, Hindustan! In de avond van Amritsar kaatst het goud van de tempel in het donker. Onze voeten wassen we in het water, de rieten mat die op de grond ligt prikkelt.
De volgende ochtend, Susan ziet de eerste besneeuwde toppen. Langzaam rijden we de bergen in, al klimmend richting Dharamsala. Gebedsvlaggen hangen tussen takken van bomen, op een heuvel staat een kleine witte stupa. Ons hotel ligt op bijna twee duizend meter hoogte. Eric zit op zijn balkon en leest een net gekocht boek. Op het dak liggen yogamatten klaar, vanaf hier een geweldig uitzicht over de vallei en bergen.
Het is alweer de laatste dag in Dharamsala. Morgen gaan we met de trein terug naar Delhi. Voor de tempel, naast mij zit een Tibetaanse vrouw. Turquoise oorbellen, een ketting met donker blauwe stenen om haar nek. In haar handen een witte sjaal, de houten kralen ketting hangt om haar pols. Op de grond zitten we en wachten. Iets voorbij het hek stopt een auto. Zijn handen gevouwen, de Dalai Lama glimlacht. De witte sjaal van de vrouw neemt hij in zijn handen en buigt zacht. Zijn ogen helder, de rode doek om zijn schouder schijnt in de zon. Mee naar binnen mogen we niet. Daar wachten Tibetanen die gevlucht zijn. De Dalai lama spreekt ze allemaal persoonlijk. Wij staan buiten, single’s naast elkaar, de Tibetaanse vlag boven ons.